woensdag 15 februari 2012

Prestatiebeloning of prestatiebekroning?

De overheid heeft experimenten met prestatiebeloning in het onderwijs aangekondigd. Men ziet dit als een manier om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Als Theresialyceum hebben we na rijp beraad besloten nu niet mee te doen aan die experimenten rondom Prestatiebeloning, in het volle besef dat we dan mogelijk wel gelden laten liggen. In deze blog beschrijf ik onze afwegingen en wordt aan het eind een alternatief geschetst.

Wij hebben onderstaande argumenten om af te zien van deelname aan het experiment Prestatiebeloning, ze staan in willekeurige volgorde:

1.Prestatiebeloning heeft voor ons geen prioriteit in modernisering van de huidige arbeidsvoorwaarden omdat het simpelweg niet past bij de cultuur van onze school. Wij zijn meer gebaat bij meer flexibiliteit in arbeidsrelatie zoals met een levensfasebudget.

2.Door een afgesproken cyclus van beoordelings-, pop- en functioneringsgesprekken en recent geïntroduceerde regelingen als de functiemix en de regeling Bewust Belonen zijn er al voldoende instrumenten voor een goed en onderscheidend personeelsbeleid. (En laten we ook het "gewone" compliment niet vergeten).

3.De projecten die wij als school willen aanpakken, zouden docenten zonder extra prikkel ook al moeten willen doen (en gelukkig doen de meesten dat ook). De salarissen in het onderwijs zijn de afgelopen jaren flink bijgetrokken en het is gezien de hoogte van de salarissen niet nodig extra te belonen voor activiteiten die feitelijk binnen de normale taakomschrijving vallen.

4.School maak je samen en het wordt steeds belangrijker om juist te investeren in die samenwerking en in de onderlinge relaties van de medewerkers zodat er een sfeer van vertrouwen én van critical friends kan groeien. Prestatiebeloning achten wij contraproductief voor dit proces.

5. Een school zoekt voor dit experiment projecten uit die een school toch al belangrijk vindt, daarmee is de slaagkans –ongeacht de prestatiebeloning- groot en daarmee lijkt de uitkomst van een onderzoek naar het effect van prestatiebeloning redelijk voorspelbaar.

Stel we maken een speerpunt dat er meer differentiatie moet komen of minder doubleurs in een bepaalde jaarlaag. We maken zo'n keuze normaal gesproken gezamenlijk op basis van signalen van medewerkers, ouders en leerlingen, op basis van onderzoek en argumenten ontstaat er draagvlak en dan gaan de schouders er onder. Zo zijn er ieder schooljaar -en in ieder schoolplan- wel nieuwe activiteiten, dat is inherent aan het onderwijs. Als een dergelijk project voorgedragen wordt voor het experiment Prestatiebeloning, is niet de vraag óf het project slaagt maar of het door de bonus beter slaagt.

In het Nederlands onderwijs wordt al hard gewerkt, het is niet voor niets dat het aantal burn outs het grootste is van de Nederlandse beroepsbevolking (onderzoek CBS 2011). Het is een gotspe om aan te dat onze onderwijs-professionals voor een paar duizend euro opeens beter onderwijs kunnen geven, je zou het ook als een motie van wantrouwen met betrekking tot de integriteit en het arbeidsethos kunnen typeren.

6. Het is een illusie en korte termijn denken dat leerwinsten betrouwbaar in 3 jaar te meten zijn. Zo is het best mogelijk om het aantal doubleurs van een bepaalde jaarlaag terug te dringen maar welk effect heeft dat in de hogere jaren?

7. Vergelijkbare controlegroepen binnen de school roept al snel vragen op waarom één groep leerlingen meer aandacht/energie heeft gekregen dan een andere. Controlegroepen buiten de school zijn zelden of nooit vergelijkbaar want gelukkig mogen scholen in Nederland verschillen (in het "hoe").

8. In deze tijd van bezuinigen is het vreemd om 250 miljoen aan te wenden voor een operatie waar het onderwijsveld niet op zit te wachten. Zie o.a. Geenbonusmaarbanen. Zeker omdat er internationaal al veel onderzoek gedaan is naar prestatiebeloning in het onderwijs en zelfs in een meer materialistisch gericht land als Noord-Amerika is men er van terug gekomen (dat het systeem wel werkt in ontwikkelingslanden mag ook niet verbazen). Zie artikel van I. Waterreus, Onderwijsraad.

9. Prestatiebeloning past niet bij het onderwijs.
De beroepsbevolking kan immers op volgende manieren getypeerd worden:


Het merendeel van de mensen blijkt in één van de 2 hokjes te passen: risico-zoekend en gevoelig voor extrinsieke motivatie óf juist risico-mijdend en door intrinsieke factoren gemotiveerd. Mensen die in het onderwijs werken, zijn over het algemeen risico-mijdend (we gaan niet gokken met uw kinderen) en vooral intrinsiek gemotiveerd. Een systeem van bonussen en prestatiebeloning kan dan zelfs contraproductief werken. Zie onderzoek Bureau Baarda.

10. Prestatiebeloning werkt niet bij complexe problematiek waarbij er creatief gedacht moet worden en de oplossingen niet voor de hand liggen. Dit geldt zeker voor het uitdagende en inspirerende werk in het onderwijs. Zie de boeiende video van Dan Pink. Dit is overigens geen nieuwe wetenschap: 'Intrinsic rewards, such as autonomy and self-actualization were more likely to develop job satisfaction related to performance, than extrinsic rewards such as security or social needs' (Porter and Lawler 1968).

11. Het systeem lokt pervers gedrag uit; dat is in de financiële wereld met de huidige crisis heel duidelijk geworden maar is in het hoger onderwijs, met name met de cijfers- en examenenperikelen op de verscheidene HBO's, ook aangetoond. (Na HvA en Windesheim, recent Haagse Hogeschool).

12. Last but not least: Het OOP (Onderwijs Ondersteunend Personeel) valt wederom buiten de boot.



Wat dan wel?
Op onze school zullen de komende 10 jaar heel veel ervaren docenten van hun verdiende pensioen gaan genieten, zoals bekend gaat deze exodus op veel scholen plaatsvinden. Met hun vertrek zal een grote dosis kennis en ervaring uit de scholen verdwijnen. Is het geen idee om deel van de gelden van de prestatiebeloning in te zetten om die senioren (in de positieve zin van het woord) vrij te maken om nieuwe docenten intensief te begeleiden of om op een andere wijze vak kennisoverdracht mogelijk te maken en te borgen:
- beschrijven van geslaagde experimenten bij de bètavakken zoals een complexe natuurkunde-opstelling of een scheikundeproef;
- als trainer/coach om allerlei klassensituaties of oudergesprekken te oefenen;
- videoregistratie van lesmomenten en bijvoorbeeld mondelinge tentamens voorzien van commentaar;
- door jonge docenten of stagiaires intensief te begeleiden en de kneepjes van het vak te leren;
- etc. etc.

Dit idee bevat geen perverse prikkels, het is een interessante vorm van seniorenbeleid én van prestatiebeloning. De prestatie is al geleverd: het jarenlang goed lesgeven en de beloning is de erkenning van hun vakmanschap en een vrijstelling van een of meer dagdelen om op enigerlei wijze kennisoverdracht te realiseren.
Helaas is deze (prestatie-)bekroning op de carrière binnen de voorgestelde regeling voor prestatiebeloning niet mogelijk.

Reacties zijn welkom.

Tomas Oudejans,
rector


NB: Kreeg een paar dagen na publicatie van een geïnteresseerde lezer onderstaande relevante en ondersteunende bronnen en citaten door. Met dank aan Tilly.

Performance pay and multidimensional sorting: Productivity, preferences, and gender. By T Dohmen and A Falk, in The American Economic Review (a top scientific journal), 2011

(citations below are from a publicly available version, IZA DP No. 2001, dated 2006)
“Controlling for productivity, workers are more likely to prefer a fixed payment scheme the more risk averse. […] Variable payment schemes attract fewer women, an effect that is substantially driven by an underlying gender difference in risk attitudes. Finally, personality systematically affects the sorting decision but differently for men and women. […] In our study workers […] report higher levels of stress and exhaustion [for performance schemes]. Our findings on gender and risk complement recent evidence from survey data that suggest that risk attitude are important for occupational sorting: Bonin et al. (2006) find that individuals who are more willing to take risks are more likely to work in occupations with higher earnings variability. Dohmen et al. (2005), who observe that risk averse workers are more likely to be employed in the public sector […]. Multi-dimensional sorting has several important implications. For example, when thinking about optimal incentives, organizations should not only focus on effort effects but also consider the self-selection of different types of workers.”

Pay for performance in the public sector—Benefits and (hidden) costs, by A Weibel, and K Rost, in Journal of Public Administration Research, 2010.

“Our meta-analysis clearly demonstrates that the task type moderates the effect of pay for performance on performance. Pay for performance has a strong, positive effect on performance in the case of noninteresting tasks. Pay for performance, however, tends to have a negative effect on performance in the case of interesting tasks. The vignette study reveals (a) why pay for performance sometimes undermines performance and (b) how pay for performance produces hidden costs, which also need to be accounted for. 1. Pay for performance causes a cognitive shift, that is, it strengthens extrinsic motivation for behavior (causes a price effect) and at the same time weakens intrinsic motivation for behavior (causes a crowding-out effect). Depending on the strength of these two opposing effects, pay for performance either hurts or promotes personal efforts: The more intrinsic motivation was there at the beginning, the more of it can be destroyed. 2. Hidden costs arise even if the price effect is stronger than the crowding-effect. The loss of intrinsically motivated behavior has always to be compensated by external rewards. Our findings help to explain the modest success of pay for performance in the public sector, for five reasons. First, it seems that in the public sector high intrinsic motivation is at stake (Cacioppe and Mock 1984; Crewson 1997; Jurkiewicz and Massey 1997; Perry 1997; Houston 2000; Buelens and Van den Broeck 2007). Thus, pay for performance can potentially create a strong crowding-out effect. Second, public funding is clearly more limited than private sector funding. As a result(and as suggested by a number of studies) the price effect of pay for performance in public management tends to be rather small (Ingraham 1993; Kellough and Lu 1993; Moon 2000), whereas the crowding-out effect in the case of interesting, and thus potentially intrinsically rewarding, tasks may weigh considerably. Third, pay for performance might reduce investments in policy expertise and select the wrong type of employees as pointed out by the study of Gailmard and Patty (2007). Fourth, the so-called multitasking problem (e.g., Holmstro¨m and Milgrom 1991) can pose an additional difficulty for implementing pay for performance in the public sector: Pay for performance requires the precise measuring of performance and the attribution of this performance to individual efforts to be effective. However, public service institutions often have to deliver complex products and services such as ‘good health’ or ‘good education’ (Plant 2003). To specify every aspect of such tasks is often very difficult. As a result, extrinsically motivated persons, subject to a pay for performance system, have a strong incentive to fulfill only what is easy to measure, that is, the quantifiable performance-related aspects of a task. What is not easy to measure is disregarded, though it might be important for fulfilling the task (for examples from the public sector, see Dalrymple 2004; van Bockel and Noordegraaf 2006). A more subjective performance evaluation could address the problem of multitasking but creates new problems instead. Subjective performance evaluation procedures are subject to systematic cognitive biases in evaluation (e.g., Rynes, Gerhart, and Parks 2005) and might be considered as procedurally unfair as they cannot provide consistency and objectivity in the same way as objective evaluations do. Fifth, from a politico-economic perspective, the application of performance-contingent rewards also carries the danger of political manipulation. Political economists have traditionally focused on politicians’ possibilities and incentives to manipulate the criteria by which they are evaluated (e.g., Frey 1983; Benz and Frey 2007). In this view, pay for performance for politicians and high-level public service agents does not make sense because these individuals are the ones who decide the very standards by which they are compensated.”

zondag 13 november 2011

Gratis schoolboeken: goedkoop is duurkoop!

Stel je eens voor dat de NS van de overheid de opdracht krijgt om de treinen voortaan gratis te laten rijden. De NS krijgt hiervoor een ontoereikende vergoeding van de Staat en moet ook nog gratis koffie en thee gaan verstrekken. Na een paar jaar wordt geëvalueerd en wat blijkt: de kwaliteit is gedaald, het personeel van de NS is ontevreden en de koffie en thee zijn hele slappe bakkies geworden. De conclusie van de minister is echter: de operatie is geslaagd want de belangrijkste doelstelling - het gratis vervoer- is behaald.

Deze gedachten bekropen mij bij het lezen van het deze week verschenen rapport over de gratis schoolboeken en de reactie van de minister. Door de invoering van de maatregel zijn scholen (prijs)kritischer geworden bij het voorschrijven van boeken en dat is een goede zaak. Daar staat tegenover dat de keuze nu niet meer bepaald wordt door de kwaliteit van het lesmateriaal maar dat de prijs doorslaggevend is geworden. Uit het onderzoek blijkt dat vaksecties keuzevrijheid hebben ingeleverd en dat vooral de aanschaf van werkboeken sneuvelt (die zijn duur omdat ze in 1 jaar worden afgeschreven). In de loop der jaren hebben auteur, uitgevers en gebruikers uitgebalanceerde methodes ontwikkeld met handboeken en werkboeken, het is didactisch onverantwoord om één van de pijlers, de werkboeken, rücksichtslos weg te halen uit dat systeem.
Het tovermiddel lijkt ICT. Begrijp me goed, ik ben een groot voorstander van ICT in het onderwijs maar dan vooral naast, of als aanvulling op, bestaande methodes. Zeker in ons type onderwijs bieden de handboeken voor docenten en leerlingen het houvast met de kerndoelen en exameneisen per vak. Het is een illusie dat iedere docent een auteur is, de boeken zijn meestal geschreven door een team van docentspecialisten en in de loop der jaar veelvuldig geëvalueerd en bijgesteld. Onze docenten zijn misschien geen auteurs, het zijn wel arrangeurs die bestaande methodes weten te verrijken met illustraties en oefeningen en steeds vaker wordt daar ICT bij gebruikt. Ook uitgevers zien dat in en bij heel veel methodes wordt in toenemende mate een rijk assortiment van ICT-materiaal aangeboden. Samen met mooie ICT-toepassingen die ook gratis te vinden zijn, bijvoorbeeld in WikiWijs (met name het VO-Content gedeelte), wordt het traditionele boek de kapstok met vele toevoegingen op maat en wordt daardoor nog beter voor de leerlingen, helaas voor ons wordt het er niet goedkoper door.

Bij de invoering van de gratis schoolboeken is het onderwijs als eenheidsworst behandeld en hebben alle scholen hetzelfde bedrag aan additionele middelen gekregen. Wat wij al lang wisten, en wat ook al door Iddink beaamd werd, is dat een havo-vwo-boekenpakket duurder is dan op het vmbo. In het rapport wordt dat nu expliciet beschreven maar de reactie van de minister zegt er niets over. Verschil maken moet, horen we regelmatig uit Den Haag maar dat geldt blijkbaar niet bij dit dossier. Door de tegenvallende resultaten in het rapport van Pisa (zie eerdere blog "Is meten weten?"), is er meer aandacht voor uitblinkers in het onderwijs maar ik denk niet dat de minister zich realiseert dat wij een dief van eigen portemonnee zijn als wij het voor excellente leerlingen mogelijk maken om extra vakken te volgen (en dus meer boeken moeten kopen). Ondanks dat zullen wij deze vorm van talentontwikkeling zeker blijven stimuleren!

Een andere doelstelling van de Gratis Schoolboeken was het creëren van meer marktwerking. Het resultaat valt tegen. Er wordt veel geld en tijd besteed aan Europese aanbestedingen en er zijn de facto nog maar 2 schoolboekenleveranciers in Nederland overgebleven: Iddink en Van Dijk en daarmee is de beoogde marktwerking wel heel mager. Het gevolg voor ons is dat wij na de laatste aanbesteding alle boeken de komende periode bij Iddink moeten aanschaffen. Eerlijk is eerlijk: wel met een leuke korting maar we weten dat in een aantal gevallen rechtstreeks betrekken bij de uitgever financieel interessanter is. Als Theresialyceum hebben we 2 jaar geleden de boeken teruggekocht van Iddink en kunnen we nu zelf de afschrijftermijnen bepalen. Voor het logistieke proces en de distributie hebben we samen met 2College een partner gevonden in de Bibliotheek Midden-Brabant. We doen dat als besparing én omdat de openbare bibliotheek een non-profit organisatie is met ideeën die nauw verweven zijn met het onderwijs; zo zien zij leesbevordering van de jeugd als een belangrijke opdracht. Met de nodige creativiteit lukt het ons op deze manier om als havo-vwo-school enigszins uit te komen met het geld voor de gratis schoolboeken. Helaas is aangekondigd dat de bijdrage van de overheid voor de leermiddelen volgend jaar vermindert: een nieuwe uitdaging.

Wat het meeste stoort, is dat in het rapport erg onderbelicht is dat het niet slechts om gratis schoolboeken draait, het gaat om veel meer: namelijk gratis leermiddelen.
De klei en verf voor de beeldende vakken, de chemicaliën bij scheikunde, hout en lijm bij het vak techniek: het valt als verbruiksmaterialen allemaal onder de definitie van gratis leermiddelen en we mogen er aan de ouders geen enkele bijdrage meer voor vragen.
Ik gun iedereen goedkoop onderwijs maar dan tevens goed en verantwoord onderwijs. In de lumpsum, de zak geld die wij als school jaarlijks krijgen, is de bijdrage voor materiële zaken al jaren bevroren. Terwijl ieder weldenkend mens snapt dat die kosten wel stijgen, denk bijvoorbeeld alleen al aan de energierekening. Onze speelmogelijkheden zijn beperkt, wat we te kort komen de bij de materiële middelen kunnen we alleen compenseren bij de personele lasten.

Kortom: Gratis schoolboeken en een lagere vrijwillige ouderbijdrage klinken fantastisch maar het zoals het nu geregeld is, geeft het een oneigenlijke druk op het keuzeproces en de kwaliteit van boeken en andere leermiddelen en heeft het een negatieve invloed op het personeelsbeleid. Het is dan ook niet zo vreemd dat de huiswerkbegeleidingsinstituten als paddenstoelen uit de grond schieten, een taak die wij als scholen graag op ons zouden willen nemen maar waar de middelen echt voor ontbreken. Gratis schoolboeken bevordert de emancipatie in de maatschappij en geeft iedereen gelijke kansen: een prima doelstelling (zou dat dan ook niet voor mbo en hoger onderwijs moeten gelden?). Het effect, met minder geld voor het primaire proces en een stijgende uitvlucht naar private studie- en huiswerkbegeleiding, staat haaks op deze doelstelling en werkt een tweedeling eerder in de hand.

Bericht aan alle reizigers. Wees gerust: De trein blijft echt wel rijden. We kopen voortaan alleen de allergoedkoopste remblokken in en verwijderen alle wc’s, dat laatste is geen probleem want de gratis koffie is toch niet te drinken.

Tomas Oudejans,
rector

NB: zie ook de reactie van de VO-Raad met een soortgelijke strekking.

maandag 3 oktober 2011

Condoleanceregister Robin Verheijden



Het Theresialyceum is aangeslagen door het overlijden op 3 oktober van onze leerlinge Robin Verheijden. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam naam onder het tekstbericht zelf zetten, en dan de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.

maandag 11 juli 2011

Aan het eind van een schooljaar

In deze laatste blog uiteraard even een terugblik op het schooljaar 2010-2011. Voor het Theresialyceum is dit een goed verlopen jaar geweest met prachtige aanmeldingen (en dat is mede dankzij de mond-tot-mond reclame van ouders en leerlingen als onze belangrijkste ambassadeurs) en mooie examenresultaten (havo 86% en vwo 93% geslaagden). Een prachtig verhaal was voor ons het interview in het Brabants Dagblad met Ronen Kroeze die als 15 jarige met 4 tienen geslaagd is voor het VWO en die zelf vertelde dat hij de vierde 10 gehaald had voor Chris Weenen, zijn scheikundedocent die met pensioen gaat.

Maar een school is meer dan aantallen of cijfers: de sfeer en het onderlinge respect is een basisvoorwaarde voor succes. Het deed daarom deugd om een paar maanden geleden in het Brabants Dagblad een interview met één van de schoonmaaksters van de Diamantgroep te lezen waarin ze vertelde dat ze het hier zo goed naar haar zin heeft omdat alle leerlingen en leraren regelmatig een praatje met haar maken. Een klein verhaal maar wel veelzeggend. Een ander voorbeeld van de goede sfeer is te zien in de impressie van het laatste onderbouwfeest.

Er zijn dit jaar de nodige aanpassingen geweest: heel de school is fris geschilderd, er is een lift neergezet en we hebben een state of the art talencentrum gecreëerd. Onderwijskundig is het versterkte moderne vreemde talen onderwijs doorontwikkeld; we hadden al een traject voor Europese certificaten voor Frans en Duits maar nu ook voor Engels met het Cambridge certificaat. Komend jaar start dat voor alle leerlingen in klas 1. Bovendien gaat een groep leerlingen uit 5 vwo proberen versneld het certificaat te behalen. Samen met de modules Spaans en de examenvakken Grieks, Latijn en Chinees een rijk talenpalet.
Onze aandacht voor waarden en normen en cultuur is o.a. zichtbaar geworden in een indrukwekkende Anne Frank tentoonstelling die een maand in de hal heeft gestaan en waar de leerlingen met speciaal door ons ontwikkeld lesmateriaal aan gewerkt hebben. De overige perioden hebben er talrijke exposities in de hal gestaan en we hebben zelfs een expositie in de bibliotheek op het Koningsplein mogen verzorgen.

Er is dus veel gebeurd en met mooie resultaten. Natuurlijk gaat dat niet bij alle leerlingen vanzelf en hebben de mentoren en ons zorgteam samen met de ouders regelmatig alle zeilen bij moeten zetten om de leerlingen die het even moeilijk hadden een steuntje in de rug te geven. En hoewel het altijd beter kan, kunnen we al met al tevreden terugkijken.

Ik wil ook even vooruit kijken, want volgend schooljaar wordt een speciaal jaar voor ons. De school bestaat dan 85 jaar en we gaan dit 17e lustrum uiteraard flinke aandacht geven. In de eerste week van oktober vinden er allerlei activiteiten en festiviteiten plaats met als afsluiting op 8 oktober een reünie.
In de zomervakantie zullen er weer de nodige verbouwingen plaatsvinden, zo worden de studieruimte en de mediatheek samengetrokken tot één open leercentrum.
Na de herfstvakantie verwachten we nog 2 grote wijzigingen:
1. De groenstrook naast de school (2000 m2) wordt i.s.m. de gemeente Tilburg getransformeerd een biodiversiteitstuin met een nat, droog en fruitgedeelte.Het ontwerp is tot stand gekomen in nauw overleg met onze sectie Biologie en heeft een hoog educatief karakter.
2. In de benedenfoyer wordt dan een catering geopend. Het assortiment zal in grote mate gezond zijn. De leerlingenraad vraagt al jaren om een catering en we denken een zeer verantwoorde oplossing te hebben gevonden.

Een school draait uiteindelijk maar om één ding: de leerlingen. Eén van de mooiere momenten van afgelopen schooljaar was het idee van Noah, een leerling uit de eerste klas die een gesprek met mij wilde.
Hij had namelijk gedroomd dat hij samen met een groepje hoogbegaafde leerlingen naar de deeltjesversneller bij Cern (Geneve) zou gaan. Ik heb hem voorgesteld dat hij zijn plan zou uitwerken, waarbij ik als enige garantie gaf zijn plannen serieus te zullen nemen. Dat heb ik geweten: binnen één week lag er een zeer gedegen en tot op detail uitgewerkt reisplan met allerlei vervoersscenario's. En begin september gaat het werkelijk gebeuren: met 11 leerlingen gaan ze naar Cern!

Voor Noah kan de vakantie waarschijnlijk niet snel genoeg voorbij zijn, alle anderen wens ik een lange vakantie toe.

vrijdag 15 april 2011

Waarom heeft men voor onze school gekozen?

Dit jaar hebben we voor het eerst ouders en leerlingen bij de aanmelding een vragenlijst laten invullen. Iedereen werd gevraagd de 3 belangrijkste motieven om voor de school te kiezen aan te kruizen en er was ruimte voor losse opmerkingen. Van de 283 aanmelders heeft maar liefst 98% het formulier ook ingeleverd, dat zegt al iets over de positieve betrokkenheid!
Meer dan 90% was al eerder op school geweest bij open avond of verrijkingsklas en 75% van de inschrijvers is op een meeloopmiddag geweest (maar liefst de helft van alle meelopers heeft zich ook daadwerkelijk aangemeld, dit percentage geldt ook voor de verrijkingsklas).

De antwoorden van ouders en leerlingen lopen behoorlijk uiteen. Bij de ouders heeft men de school vooral gekozen voor de aspecten van ons onderwijs: de driejarige brugklas (48%) , de studie-reputatie (45%) en de onderwijsvisie (39%). Het feit dat we begaafdheidsprofielschool en cultuurprofielschool zijn, is samen goed voor 41%. Slechts 5% van de ouders kiest op basis van publicaties als Trouw en Elsevier; de mond-tot-mond reclame blijkt dus belangrijker voor de reputatie. Nog minder ouders (0,7%) geven aan het geloof als een belangrijke factor te zien.

Voor de leerlingen zijn andere zaken doorslaggevend: 64% geeft aan voor het gebouw en de sfeer te kiezen. De sfeer wordt ook bij de losse opmerkingen nog regelmatig genoemd (leuke, fijne, gezellige school). Maar liefst 36% van de leerlingen kiest ons vanwege de driejarige brugklas en 29% omdat vriendjes en vriendinnetjes ook naar ons komen (en 11% heeft al oudere broers of zussen op school). De reisafstand wordt door 20% van zowel de ouders als de leerlingen genoemd. Bij de ruimte voor losse opmerkingen worden het vreemde talen onderwijs (het talenlab, Cambridge en Chinees), de projecten en de differentiatiemogelijkheden meermalen genoemd.


Het verheugt dat de meest genoemde motieven naadloos aansluiten bij de missie van de school: Studiegericht (de studie-reputatie, de onderwijsvisie en de driejarige brugklas), Respectvol (geen sfeer zonder respect) en Evenwichtig (talentontwikkeling als begaafdheidsprofielschool en cultuurprofielschool). De reisafstand kunnen we niet beïnvloeden, de andere factoren gelukkig wel en we zullen er alles aan doen om ook voor deze nieuwe lichting inschrijvers zowel de sfeer als de prestaties en de persoonlijke ontwikkeling in een goede balans te houden .