maandag 3 juli 2017

Condoleanceregister Sjoerd Westenborg





Woensdag 28 juni kregen wij het verschrikkelijke bericht dat onze jonge collega Sjoerd Westenborg op 26-jarige leeftijd plotseling is overleden. Sjoerd is dit schooljaar bij ons gestart als Leraar In Opleiding voor het vak Engels en dat ging voortreffelijk, zo goed zelfs dat we hem voor komend schooljaar een aanstelling als docent hebben aangeboden. Hij was daar erg blij mee, had een goed contact met leerlingen en collega’s en het nieuws van zijn overlijden is daardoor extra moeilijk te bevatten. 


Bij voorkeur uw eigen naam onder het tekstbericht zelf zetten en vervolgens de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren. 

zondag 13 september 2015

Condoleanceregister Iris van der Landen





Zaterdagavond 12 september is onze leerlinge Iris van der Landen (14) uit 4 vwo overleden door een tragisch ongeval. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam onder het tekstbericht zelf zetten en vervolgens de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.


donderdag 2 juli 2015

Condoleanceregister Marius Huisman


Na een ziekbed van drie maanden is onze dierbare collega Marius Huisman (56) afgelopen woensdag overleden. We zijn aangeslagen door zijn overlijden. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam onder het tekstbericht zelf zetten en vervolgens de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren. 

vrijdag 23 januari 2015

Theresia in cijfers; scholenonderzoeken RTLNieuws, Elsevier en Keuzegids

In de afgelopen maanden zijn er drie onderzoeken met lijstjes van scholen gepubliceerd: RTLNieuws, Elsevier en de Keuzegids. Zij baseren zich op dezelfde bronnen (Onderwijsinspectie en Scholenopdekaart.nl) maar komen tot wisselende bevindingen.

RTLNieuws zet het onderzoek van Prof. Dronkers voort, dit onderzoek werd voorheen jaarlijks in Trouw en Volkskrant gepubliceerd. De ranking is gebaseerd op de eindexamenresultaten waarbij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde zwaarder meetellen en er wordt rekening gehouden met het verschil tussen het cijfer van het SE en het CE, het bovenbouwrendement, de basisschooladviezen en andere factoren. Nieuw is dat het uiteindelijke cijfer gebaseerd wordt op het gemiddelde van de drie voorgaande jaren; het is dus geen momentopname. In het overzicht van 6 december 2014 zijn de resultaten voor onze school, het Theresialyceum, geweldig: met een 9 voor de havo én een 9 voor het vwo en scoren we veruit het hoogste van de regio en behoren tot de top van Brabant.


Op 16 januari jl. kwam Elsevier met hun jaarlijkse scholenonderzoek. Het Elsevier-oordeel is gebaseerd op vier gegevens van 3 schooljaren: het rendement van de onderbouw, het percentage leerlingen dat onvertraagd het diploma behaalt, het verschil tussen schoolonderzoek en centraal examen en het gemiddelde cijfer voor het centraal examen. Elsevier hanteert ‘harde cijfers’ voor de leerprestaties, zonder compensatie voor scholen met veel leerlingen uit probleemwijken. Ook bij Elsevier komen wij zeer goed uit de verf. Voor de havo delen we de eerste plaats met het Odulphus en het Beatrixcollege, voor het vwo delen we de eerste plaats alleen met het Beatrixcolllege.

Deze week is de Keuzegids verschenen. Naast de bovengenoemde indicatoren wordt in dat onderzoek de financiële situatie en het aantal personeelsleden per leerling meegewogen. 
- De financiële situatie is per bestuur (voor ons van heel OMO met 35 scholen) en zegt weinig tot niets over de individuele scholen. Verder is het een verplichting dat een groot bestuur een relatief kleinere reserve aanhoudt dan een éénpitter (de kans dat 35 scholen tegelijk omvallen is immers ook heel klein). De Keuzegids gebruikt echter één maatstaf voor alle scholen en besturen.  
- Het aantal personeelsleden is ook niet alleszeggend; wij hebben bijvoorbeeld gekozen voor een zeer kleine directie van 2 personen en daarnaast afdelingsleiders met lesgevende taken. Daardoor lukt het ons om veel mensen voor de klas te krijgen. Het maakt ook veel uit of je voor de schoonmaak eigen personeel in dienst hebt, of -zoals wij- dat uitbesteed hebt. Verder hebben wij de bijzonderheid dat de leerlingen van de nevenvestiging van de Frater van Gemert wel bij ons staan ingeschreven maar dat het personeel niet bij ons in dienst is. Dit benadeelt de leerling/personeel-ratio maar is echter wel heel specifiek voor onze situatie. 
De Keuzegids neemt in het oordeel ook ouder- en leerlingtevredenheid mee. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens van Vensters voor Verantwoording (zie Scholenopdekaart.nl.) Deze gegevens worden door scholen zelf aangeleverd en zijn van lang niet alle scholen van hetzelfde jaar. De VO-Raad (de brancheorganisatie van alle VO-scholen) distantieert zich overigens van het gebruik van de gegevens door de Keuzegids.  (zie : VO-Raad ) . *Zie aanvulling  
In de Keuzegids staat in onze regio het Odulphus bij het vwo op de eerste plaats en staan wij nummer 2. Bij de havo staat Odulphus ook op nr. 1 en delen wij de tweede plaats met de Nieuwste School. 

Resumerend staan wij voor zowel de havo als het vwo 2 x op de eerste plaats en 1 x op een tweede plek. Het zal niet verbazen dat wij vooral het onderzoek van RTLNieuws erg goed vinden ;)
Frappant is dat bij geen van de onderzoeken het laatste examenjaar verwerkt is en we hadden dit voorjaar prachtige resultaten: 90,3% geslaagden op de havo en maar liefst 99% geslaagden op het vwo. Dat belooft wat voor volgend jaar!


Tomas Oudejans, 
rector Theresialyceum



* Aanvulling 30-1-2015

Na terechte kritiek van de VO-raad heeft de Keuzegids de gegevens van Schoolkompas m.b.t. ouder- en leerlingtevredenheid verwijderd. De Keuzegids vermeldt: "We hebben de de publicatie van die gegevens tijdelijk stopgezet, we konden de actualiteit en bertrouwbaarheid niet garanderen."  De reden is dat Schoolkompas per 1 februari volledig over gaat in Scholenopdekaart.nl en niet meer wordt onderhouden, het kan daarom voorkomen dat verschillende afnamejaren van de tevredenheidsonderzoeken geplaatst zijn. 
Doordat er voor de ranking van de Keuzegids dus opeens 2 indicatoren minder zijn, zijn er kleine verschuivingen in de ranking van de Keuzegids, zo delen wij de 2e plaats bij de Havo nu niet meer met de Nieuwste School maar met het Willem II college. Doordat er 2 indicatoren minder zijn is relatief het gewicht van de in mijn ogen ondeugdelijke indicatoren Financiële gezondheid en Genoeg Personeel toegenomen en zijn er nog meer vraagtekens te plaatsen bij het onderzoek van de Keuzegids.




De scholenonderzoeken:

maandag 8 december 2014

Condoleanceregister Iefke de Vries


Na een ziekbed van ruim een half jaar is onze dierbare collega Iefke de Vries afgelopen zaterdag overleden. We zijn aangeslagen door haar overlijden. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam naam onder het tekstbericht zelf zetten, en dan de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.

vrijdag 17 oktober 2014

Condoleanceregister Anna van Keulen




Op vrijdag 17 oktober is onze leerlinge Anna van Keulen overleden aan de verwondingen die ze opgelopen had bij een ongeluk op weg naar school. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam naam onder het tekstbericht zelf zetten, en dan de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.

maandag 3 februari 2014

Condoleanceregister Jack Mensink




Zeer plotseling is onze dierbare collega Jack Mensink ons ontvallen en wij zijn aangeslagen door zijn overlijden. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam naam onder het tekstbericht zelf zetten, en dan de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.

zondag 27 oktober 2013

Lopen, om stil te staan bij het verleden.

Rede uitgesproken bij herdenking Tilburg 69 jaar bevrijd.
Vorig jaar benaderde het Oranje Comité ons met de vraag hoe de jeugd meer betrokken zou kunnen worden bij de herdenkingsbijeenkomsten. Het streven was om het herdenken van de bevrijding voor de jeugd vooral het karakter van vier je vrijheid te geven. Maar om vrijheid te vieren moet je je vrijheid beseffen en onze jeugd verkeert gelukkig in de luxepositie dat vrijheid vanzelfsprekend is.
Overigens geldt dat niet alleen voor de huidige jeugd maar eigenlijk ook voor mijn generatie. Ik ben opgegroeid in de koude oorlog maar wij werden daar eigenlijk niet warm of koud van. Ik herinner me wel oefeningen op school waarbij we onder tafel moesten gaan zitten om de straling van een kernbom tegen te houden maar die oefeningen werden toen al niet echt serieus genomen. De meest dichtstbijzijnde oorlog die ik zelf heb meegemaakt in mijn leven was de Joegoslavische burgeroorlog tussen 1991 en 1999 en alhoewel ik daar op vakantie was geweest, heeft die oorlog mijn leven niet echt beïnvloed. Tot ik op een feestje een Joegoslaaf sprak die vertelde dat zijn moeder en zus in verschrikkelijke omstandigheden in Sarajevo zaten en dat hij zich zo machteloos voelde. Medeleven neemt toe als iets doordringt tot je eigen leven.
In het boek “de Encyclopedie” door Battus (1978, Battus is een pseudoniem Hugo Brandt Corstius) staat een definitie van een ramp: "hoe erg wij een ramp vinden, hangt af van het aantal slachtoffers dat erbij is te betreuren, het aantal kilometers dat ons scheidt van de plaats van de ramp en het aantal jaren dat tussen ons en de ramp ligt". Voor de berekening staan de afstand en de tijd in de noemer dus hoe verder weg en hoe langer geleden des te kleiner de impact. Je zou de formule kunnen verfijnen met het percentage Nederlanders, persoonlijke bekenden of kinderen. Een vliegtuigongeluk in Brazilië met 150 slachtoffers krijgt minder plaats in de krant dan een busongeluk in Duitsland waarbij 10 Nederlanders te betreuren zijn. Een explosie met 6 doden in Groningen staat in het Brabants Dagblad op pagina 3, een brand in Rijen waarbij 2 kinderen zijn omgekomen, staat op de voorpagina.
Maar hoe haal je een oorlog die zich 70 jaar geleden afspeelde dichtbij?
Het Holocaust museum in Berlijn begint met persoonlijke verhalen: In de eerste expositieruimte van het museum wordt het dagelijkse leven van een paar families geschetst. In de vitrines staan schoolschriftjes, kindertekeningen, Sinterklaasrijmpjes en familiefoto's van een dagje naar het strand. Voor iedereen zeer herkenbare familietaferelen. Er wordt daarna ingezoomd van klein naar groot;  van de familieverhalen naar de onvoorstelbare statistieken van de massavernietiging.
In Amsterdam is een paar weken geleden het Verzetsmuseum Junior geopend met authentieke verhalen over 4 kinderen in de tweede wereldoorlog en een collectie bijbehorende materialen. En de dagboeken van Anne Frank zijn niet voor niets aangrijpender dan zakelijke verslaglegging van oorlogsverschrikkingen. Om Stalin* te citeren: De dood van één mens is een tragedie; de dood van miljoenen slechts een statistiek.
Als we onze jeugd willen laten meeleven met thema's als bevrijding en vrijheid, dan moeten we hun dus persoonlijk raken en de kleine menselijke verhalen zoeken die herkenbaar en dichtbij zijn.
Ook in Tilburg, en met name in binnenstad zijn historische hotspots met hun eigen verhaal. Wij hebben die historische plekken met elkaar verbonden met een geocache-route; een educatieve gps-puzzeltocht.  Twee leerlingen uit 5vwo, Anique Altena en Ruben Schellekens, hebben samen met docente Tina Leyds die tocht uitgezet. Afgelopen week hebben 50 derdeklassers als proefkonijnen de route gelopen. Die leerlingen waren eerst mentaal voorbereid door in de klas de film: “De Canadezen komen” te tonen, een documentaire waarin Canadese jongeren naar Europa komen om sporen van familieleden te vinden (overigens komen er volgend jaar duizenden Engelese scholieren naar West-Vlaanderen om de start van de Eerste Wereldoorlog te herdenken). Daarna zijn de leerlingen naar de stad gefietst, het startpunt ligt hier bij het Schotse monument op het Stadhuisplein, en zijn binnen de cityring gaan geocachen.
De evaluaties geven een gevarieerd maar vooral een positief beeld, een kleine bloemlezing:
Cansu: "Ik vond het heel leuk dat we door de stad mochten wandelen, we zagen ook veel monumenten die mij eerst nooit waren opgevallen. Ik vond het wel erg dat er zoveel mensen zijn omgekomen door de oorlog, Ik besef nu pas eigenlijk".
David: "Ik vond het misschien niet leuk, maar het was erg zinvol om dingen te leren en je te laten denken".  
Aron: "Ik vond de GPS tocht leuk en leerzaam maar hij was ook heel zwaar omdat ik mijn volle schooltas bij me had die ik achteraf beter op school had kunnen laten".  
Sanne: "Ik vond het interessant, maar ik wist al best veel van de tweede wereld oorlog en de monumenten waren niet echt speciaal of echt indrukwekkend. We kregen van tevoren ook een film gezien en die vond ik eigenlijk specialer en interessanter".  
Lieke: "Ik zou ervoor zorgen dat je meer bezig bent met de geschiedenis en de soldaten die zijn gesneuveld".
Mohammed: "Het interessantste monument vond ik die bij het station, het verhaal raakte me en ik kreeg een beeld hoe die personen werden weggebracht".  
Julie: "Je hebt het namelijk niet door maar er zijn veel monumenten over de bevrijding in Tilburg. Ook was het confronterend, je denkt namelijk niet zo vaak terug aan de oorlog".
De geocache wordt officieel geregistreerd en is binnenkort online beschikbaar  bij de internationale site geochaching.com. De Bibliotheek Midden-Brabant is enthousiast over het initiatief en onderzoekt of ze een uitleenpunt van de apparatuur kan worden. Op het Theresialyceum gaan we de cache verder ontwikkelen: er zijn al plannen voor varianten met verschillende niveaus en startpunten en er komt een Engelstalige versie. Verder heb ik het Oranje Comité toegezegd dat volgens schooljaar niet alleen alle derdeklassers van onze school op deze wijze hun vrijheid gaan beseffen maar dat ik me persoonlijk ga inspannen om alle middelbare scholen van Tilburg warm te maken voor dit initiatief. De complete beschrijving van de geocache-route staat als download op de website van het Theresialyceum.
Het motto wordt: Lopen, om stil te staan bij het verleden”.

Tomas Oudejans
27 oktober 2013

* Een alerte collega attendeerde me er op dat dit citaat ten onrechte aan Stalin wordt toegeschreven. Zie Wikiquote.

zondag 20 oktober 2013

Social Media: een Lust of een Last?

Deze opinie is in iets gewijzigde vorm geplaatst in het Brabants Dagblad van 12 oktober 2013

Begin oktober vond in Den Haag in het kader van de Onderwijsweek het nationale onderwijsdebat plaats. In het panel zaten politici, bestuurders en experts op het terrein van onderwijsvernieuwing. Als rector met ervaringen met Twitter e.d. mocht ik ook als panellid optreden. De organisatie van het onderwijsdebat was vreemd genoeg vergeten om docenten uit te nodigen, maar in de zaal zaten gelukkig wel de echte deskundigen: de leerlingen. The medium is the message en ik kon het dus niet laten om even te twitteren over mijn aanwezigheid bij het debat. Die tweet is opgepikt door de opinieredactie van het Brabants Dagblad en had een uitnodiging tot een opiniebijdrage tot gevolg. Oordeel zelf maar of de vraag “Social Media: Lust of Last?” hiermee beantwoord wordt.

 Aan de hand van stellingen werd onder leiding van Boris van der Ham levendig gediscussieerd. De eerste stelling was of er meer of minder gebruik moet worden gemaakt van social media in de klas De tegenstelling tussen de mening van de experts en die van de leerlingen had niet groter kunnen zijn. De onderwijsvernieuwers vonden unaniem dat tools als Twitter en Facebook de middelen bij uitstek zijn om de hedendaagse jeugd iets bij te brengen. De leerlingen waren terughoudender en toonden het inzicht dat bij het opzoeken of communiceren via Twitter het gevaar loert dat je dan heel snel afgeleid zal zijn door de talloze overige berichtjes. Over Facebook waren ze nog stelliger: “Dat is privé en niet van school”. Dit betekent overigens niet dat een school geen Facebookpagina mag hebben, maar daar moet je echt geen huiswerk op posten.
 Ik was blij met de reactie van de leerlingen. Het afleidingsgevaar is in mijn ogen het grootste probleem van de social media. Natuurlijk worden we op school ook geconfronteerd met pesten via de social media, maar dit heeft boven het ouderwetse verbale pesten als voordeel dat we ook eigentijdse opsporingsmiddelen tot onze beschikking hebben gekregen: digitaal pesten laat immers digitale sporen na. Je niet laten afleiden en blijven concentreren op een studieboek vergt erg veel zelfdiscipline. Als de smartphone op je bureau ligt te lonken, is het zeer verleidelijk om regelmatig te checken of er een nieuwe whatsapp of tweet binnen is gekomen of dat er misschien een nieuwe foto “geliket” moet worden.
Op een thema-avond op school vertelden ouders dat ze zelf ook behoorlijk verslaafd zijn: ouders die online Wordfeud tegen elkaar aan het spelen zijn terwijl ze zwijgend naast elkaar op de bank zitten. Een andere moeder vertelde met enige gêne dat ze haar kinderen met WhatsApp “roept” dat ze naar beneden moeten komen omdat het eten klaar is. 
Bij kinderen komt daar de groepsdruk en de angst om er niet meer bij te horen bij. De term infobesitas, een paar jaar geleden geïntroduceerd om de overdaad aan informatie te duiden, is ingehaald door socialbesitas. Vooral onder 12- tot 16-jarigen komt de ziekte FOMO voor (Fear Of Missing Out), honderden berichtjes per dag is geen uitzondering en waterdichte smartphones zijn vooral populair omdat je daarmee zelfs onder de douche verbonden kan blijven met je virtuele vriendenkring.

Dat leerlingen het gebruik van hun Facebook voor mededelingen van school afwijzen, verheugde me omdat ze daarmee een eigentijds privacy-besef tonen. Het is niet de privacy die tot een paar jaar geleden de norm was; waarbij jij zelf wilt kunnen bepalen wie, wat van jou weet. Treinreizigers mogen soms meegenieten van uitgebreide relatieperikelen (maar ook van zakelijke gesprekken) en op Twitter en Facebook wordt veel meer gedeeld dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Toch willen de kinderen in al die nieuwe openheid een eigen controle houden en hebben ze eigen spelregels. Nu leren we de kinderen bij mediawijsheid nog dat ze op moeten passen wat ze op Facebook zetten omdat dit later bij sollicitaties tegen je gebruikt kan worden, maar over niet al te lange tijd is het juist verdacht als je niet gegoogled kunt worden. De regels veranderen dus en wij moeten als school leerlingen helpen om de juiste keuzes te maken. Vorig jaar vonden we een tweet van een leerling waarin hij aangaf een docente te haten. In het daaropvolgende pedagogische gesprek bleken twee dingen: ten eerste was hij stomverbaasd dat anderen het ook konden lezen en ten tweede bleek dat haten helemaal niet zo zwaar beledigend bedoeld te zijn. Een tweet moet immers kort zijn en als je iets of iemand even minder leuk vindt, dan knal je er als puber ongenuanceerd gewoon een HAAT uit.

 Voor school en ouders ligt er de taak om het taalgebruik bij te sturen en leerlingen te helpen de privacy te bewaken. In het onderwijs zullen we de social media gedoseerd inzetten. Om het afleidingsgevaar tegen te gaan, komen er vast wel technische oplossingen. Bijvoorbeeld een app waarmee uw kind kan aangeven voor de studie een uur volledig offline te gaan en waardoor dan zakgeldbonus wordt opgebouwd. Ik las serieus de tip met de oplossing om de drang om regelmatig op het mobieltje te kijken te reduceren: een horloge! Ook een manier om bij de tijd te blijven.
Tomas Oudejans,
rector Theresialyceum

zondag 10 maart 2013

Home is where my heart is

De regering wil de bouw stimuleren door de BTW tot 1 maart 2014 te verlagen tot 6%. Deze regeling geldt jammer genoeg alleen voor woningen. De grote bouwmaatschappijen schieten er waarschijnlijk weinig mee op maar wie een serre of dakkapel wil plaatsen heeft geluk. In Duitsland en Frankrijk werd om de bouw uit het slop te halen juist extra geld in scholenbouw gestopt, daar profiteert immers heel de maatschappij van.

Zou een school waar 1500 mensen zich dagelijks thuis voelen eigenlijk ook niet als een huis beschouwd kunnen worden?

woensdag 15 februari 2012

Prestatiebeloning of prestatiebekroning?

De overheid heeft experimenten met prestatiebeloning in het onderwijs aangekondigd. Men ziet dit als een manier om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Als Theresialyceum hebben we na rijp beraad besloten nu niet mee te doen aan die experimenten rondom Prestatiebeloning, in het volle besef dat we dan mogelijk wel gelden laten liggen. In deze blog beschrijf ik onze afwegingen en wordt aan het eind een alternatief geschetst.

Wij hebben onderstaande argumenten om af te zien van deelname aan het experiment Prestatiebeloning, ze staan in willekeurige volgorde:

1.Prestatiebeloning heeft voor ons geen prioriteit in modernisering van de huidige arbeidsvoorwaarden omdat het simpelweg niet past bij de cultuur van onze school. Wij zijn meer gebaat bij meer flexibiliteit in arbeidsrelatie zoals met een levensfasebudget.

2.Door een afgesproken cyclus van beoordelings-, pop- en functioneringsgesprekken en recent geïntroduceerde regelingen als de functiemix en de regeling Bewust Belonen zijn er al voldoende instrumenten voor een goed en onderscheidend personeelsbeleid. (En laten we ook het "gewone" compliment niet vergeten).

3.De projecten die wij als school willen aanpakken, zouden docenten zonder extra prikkel ook al moeten willen doen (en gelukkig doen de meesten dat ook). De salarissen in het onderwijs zijn de afgelopen jaren flink bijgetrokken en het is gezien de hoogte van de salarissen niet nodig extra te belonen voor activiteiten die feitelijk binnen de normale taakomschrijving vallen.

4.School maak je samen en het wordt steeds belangrijker om juist te investeren in die samenwerking en in de onderlinge relaties van de medewerkers zodat er een sfeer van vertrouwen én van critical friends kan groeien. Prestatiebeloning achten wij contraproductief voor dit proces.

5. Een school zoekt voor dit experiment projecten uit die een school toch al belangrijk vindt, daarmee is de slaagkans –ongeacht de prestatiebeloning- groot en daarmee lijkt de uitkomst van een onderzoek naar het effect van prestatiebeloning redelijk voorspelbaar.

Stel we maken een speerpunt dat er meer differentiatie moet komen of minder doubleurs in een bepaalde jaarlaag. We maken zo'n keuze normaal gesproken gezamenlijk op basis van signalen van medewerkers, ouders en leerlingen, op basis van onderzoek en argumenten ontstaat er draagvlak en dan gaan de schouders er onder. Zo zijn er ieder schooljaar -en in ieder schoolplan- wel nieuwe activiteiten, dat is inherent aan het onderwijs. Als een dergelijk project voorgedragen wordt voor het experiment Prestatiebeloning, is niet de vraag óf het project slaagt maar of het door de bonus beter slaagt.

In het Nederlands onderwijs wordt al hard gewerkt, het is niet voor niets dat het aantal burn outs het grootste is van de Nederlandse beroepsbevolking (onderzoek CBS 2011). Het is een gotspe om aan te dat onze onderwijs-professionals voor een paar duizend euro opeens beter onderwijs kunnen geven, je zou het ook als een motie van wantrouwen met betrekking tot de integriteit en het arbeidsethos kunnen typeren.

6. Het is een illusie en korte termijn denken dat leerwinsten betrouwbaar in 3 jaar te meten zijn. Zo is het best mogelijk om het aantal doubleurs van een bepaalde jaarlaag terug te dringen maar welk effect heeft dat in de hogere jaren?

7. Vergelijkbare controlegroepen binnen de school roept al snel vragen op waarom één groep leerlingen meer aandacht/energie heeft gekregen dan een andere. Controlegroepen buiten de school zijn zelden of nooit vergelijkbaar want gelukkig mogen scholen in Nederland verschillen (in het "hoe").

8. In deze tijd van bezuinigen is het vreemd om 250 miljoen aan te wenden voor een operatie waar het onderwijsveld niet op zit te wachten. Zie o.a. Geenbonusmaarbanen. Zeker omdat er internationaal al veel onderzoek gedaan is naar prestatiebeloning in het onderwijs en zelfs in een meer materialistisch gericht land als Noord-Amerika is men er van terug gekomen (dat het systeem wel werkt in ontwikkelingslanden mag ook niet verbazen). Zie artikel van I. Waterreus, Onderwijsraad.

9. Prestatiebeloning past niet bij het onderwijs.
De beroepsbevolking kan immers op volgende manieren getypeerd worden:


Het merendeel van de mensen blijkt in één van de 2 hokjes te passen: risico-zoekend en gevoelig voor extrinsieke motivatie óf juist risico-mijdend en door intrinsieke factoren gemotiveerd. Mensen die in het onderwijs werken, zijn over het algemeen risico-mijdend (we gaan niet gokken met uw kinderen) en vooral intrinsiek gemotiveerd. Een systeem van bonussen en prestatiebeloning kan dan zelfs contraproductief werken. Zie onderzoek Bureau Baarda.

10. Prestatiebeloning werkt niet bij complexe problematiek waarbij er creatief gedacht moet worden en de oplossingen niet voor de hand liggen. Dit geldt zeker voor het uitdagende en inspirerende werk in het onderwijs. Zie de boeiende video van Dan Pink. Dit is overigens geen nieuwe wetenschap: 'Intrinsic rewards, such as autonomy and self-actualization were more likely to develop job satisfaction related to performance, than extrinsic rewards such as security or social needs' (Porter and Lawler 1968).

11. Het systeem lokt pervers gedrag uit; dat is in de financiële wereld met de huidige crisis heel duidelijk geworden maar is in het hoger onderwijs, met name met de cijfers- en examenenperikelen op de verscheidene HBO's, ook aangetoond. (Na HvA en Windesheim, recent Haagse Hogeschool).

12. Last but not least: Het OOP (Onderwijs Ondersteunend Personeel) valt wederom buiten de boot.



Wat dan wel?
Op onze school zullen de komende 10 jaar heel veel ervaren docenten van hun verdiende pensioen gaan genieten, zoals bekend gaat deze exodus op veel scholen plaatsvinden. Met hun vertrek zal een grote dosis kennis en ervaring uit de scholen verdwijnen. Is het geen idee om deel van de gelden van de prestatiebeloning in te zetten om die senioren (in de positieve zin van het woord) vrij te maken om nieuwe docenten intensief te begeleiden of om op een andere wijze vak kennisoverdracht mogelijk te maken en te borgen:
- beschrijven van geslaagde experimenten bij de bètavakken zoals een complexe natuurkunde-opstelling of een scheikundeproef;
- als trainer/coach om allerlei klassensituaties of oudergesprekken te oefenen;
- videoregistratie van lesmomenten en bijvoorbeeld mondelinge tentamens voorzien van commentaar;
- door jonge docenten of stagiaires intensief te begeleiden en de kneepjes van het vak te leren;
- etc. etc.

Dit idee bevat geen perverse prikkels, het is een interessante vorm van seniorenbeleid én van prestatiebeloning. De prestatie is al geleverd: het jarenlang goed lesgeven en de beloning is de erkenning van hun vakmanschap en een vrijstelling van een of meer dagdelen om op enigerlei wijze kennisoverdracht te realiseren.
Helaas is deze (prestatie-)bekroning op de carrière binnen de voorgestelde regeling voor prestatiebeloning niet mogelijk.

Reacties zijn welkom.

Tomas Oudejans,
rector


NB: Kreeg een paar dagen na publicatie van een geïnteresseerde lezer onderstaande relevante en ondersteunende bronnen en citaten door. Met dank aan Tilly.

Performance pay and multidimensional sorting: Productivity, preferences, and gender. By T Dohmen and A Falk, in The American Economic Review (a top scientific journal), 2011

(citations below are from a publicly available version, IZA DP No. 2001, dated 2006)
“Controlling for productivity, workers are more likely to prefer a fixed payment scheme the more risk averse. […] Variable payment schemes attract fewer women, an effect that is substantially driven by an underlying gender difference in risk attitudes. Finally, personality systematically affects the sorting decision but differently for men and women. […] In our study workers […] report higher levels of stress and exhaustion [for performance schemes]. Our findings on gender and risk complement recent evidence from survey data that suggest that risk attitude are important for occupational sorting: Bonin et al. (2006) find that individuals who are more willing to take risks are more likely to work in occupations with higher earnings variability. Dohmen et al. (2005), who observe that risk averse workers are more likely to be employed in the public sector […]. Multi-dimensional sorting has several important implications. For example, when thinking about optimal incentives, organizations should not only focus on effort effects but also consider the self-selection of different types of workers.”

Pay for performance in the public sector—Benefits and (hidden) costs, by A Weibel, and K Rost, in Journal of Public Administration Research, 2010.

“Our meta-analysis clearly demonstrates that the task type moderates the effect of pay for performance on performance. Pay for performance has a strong, positive effect on performance in the case of noninteresting tasks. Pay for performance, however, tends to have a negative effect on performance in the case of interesting tasks. The vignette study reveals (a) why pay for performance sometimes undermines performance and (b) how pay for performance produces hidden costs, which also need to be accounted for. 1. Pay for performance causes a cognitive shift, that is, it strengthens extrinsic motivation for behavior (causes a price effect) and at the same time weakens intrinsic motivation for behavior (causes a crowding-out effect). Depending on the strength of these two opposing effects, pay for performance either hurts or promotes personal efforts: The more intrinsic motivation was there at the beginning, the more of it can be destroyed. 2. Hidden costs arise even if the price effect is stronger than the crowding-effect. The loss of intrinsically motivated behavior has always to be compensated by external rewards. Our findings help to explain the modest success of pay for performance in the public sector, for five reasons. First, it seems that in the public sector high intrinsic motivation is at stake (Cacioppe and Mock 1984; Crewson 1997; Jurkiewicz and Massey 1997; Perry 1997; Houston 2000; Buelens and Van den Broeck 2007). Thus, pay for performance can potentially create a strong crowding-out effect. Second, public funding is clearly more limited than private sector funding. As a result(and as suggested by a number of studies) the price effect of pay for performance in public management tends to be rather small (Ingraham 1993; Kellough and Lu 1993; Moon 2000), whereas the crowding-out effect in the case of interesting, and thus potentially intrinsically rewarding, tasks may weigh considerably. Third, pay for performance might reduce investments in policy expertise and select the wrong type of employees as pointed out by the study of Gailmard and Patty (2007). Fourth, the so-called multitasking problem (e.g., Holmstro¨m and Milgrom 1991) can pose an additional difficulty for implementing pay for performance in the public sector: Pay for performance requires the precise measuring of performance and the attribution of this performance to individual efforts to be effective. However, public service institutions often have to deliver complex products and services such as ‘good health’ or ‘good education’ (Plant 2003). To specify every aspect of such tasks is often very difficult. As a result, extrinsically motivated persons, subject to a pay for performance system, have a strong incentive to fulfill only what is easy to measure, that is, the quantifiable performance-related aspects of a task. What is not easy to measure is disregarded, though it might be important for fulfilling the task (for examples from the public sector, see Dalrymple 2004; van Bockel and Noordegraaf 2006). A more subjective performance evaluation could address the problem of multitasking but creates new problems instead. Subjective performance evaluation procedures are subject to systematic cognitive biases in evaluation (e.g., Rynes, Gerhart, and Parks 2005) and might be considered as procedurally unfair as they cannot provide consistency and objectivity in the same way as objective evaluations do. Fifth, from a politico-economic perspective, the application of performance-contingent rewards also carries the danger of political manipulation. Political economists have traditionally focused on politicians’ possibilities and incentives to manipulate the criteria by which they are evaluated (e.g., Frey 1983; Benz and Frey 2007). In this view, pay for performance for politicians and high-level public service agents does not make sense because these individuals are the ones who decide the very standards by which they are compensated.”

zondag 13 november 2011

Gratis schoolboeken: goedkoop is duurkoop!

Stel je eens voor dat de NS van de overheid de opdracht krijgt om de treinen voortaan gratis te laten rijden. De NS krijgt hiervoor een ontoereikende vergoeding van de Staat en moet ook nog gratis koffie en thee gaan verstrekken. Na een paar jaar wordt geëvalueerd en wat blijkt: de kwaliteit is gedaald, het personeel van de NS is ontevreden en de koffie en thee zijn hele slappe bakkies geworden. De conclusie van de minister is echter: de operatie is geslaagd want de belangrijkste doelstelling - het gratis vervoer- is behaald.

Deze gedachten bekropen mij bij het lezen van het deze week verschenen rapport over de gratis schoolboeken en de reactie van de minister. Door de invoering van de maatregel zijn scholen (prijs)kritischer geworden bij het voorschrijven van boeken en dat is een goede zaak. Daar staat tegenover dat de keuze nu niet meer bepaald wordt door de kwaliteit van het lesmateriaal maar dat de prijs doorslaggevend is geworden. Uit het onderzoek blijkt dat vaksecties keuzevrijheid hebben ingeleverd en dat vooral de aanschaf van werkboeken sneuvelt (die zijn duur omdat ze in 1 jaar worden afgeschreven). In de loop der jaren hebben auteur, uitgevers en gebruikers uitgebalanceerde methodes ontwikkeld met handboeken en werkboeken, het is didactisch onverantwoord om één van de pijlers, de werkboeken, rücksichtslos weg te halen uit dat systeem.
Het tovermiddel lijkt ICT. Begrijp me goed, ik ben een groot voorstander van ICT in het onderwijs maar dan vooral naast, of als aanvulling op, bestaande methodes. Zeker in ons type onderwijs bieden de handboeken voor docenten en leerlingen het houvast met de kerndoelen en exameneisen per vak. Het is een illusie dat iedere docent een auteur is, de boeken zijn meestal geschreven door een team van docentspecialisten en in de loop der jaar veelvuldig geëvalueerd en bijgesteld. Onze docenten zijn misschien geen auteurs, het zijn wel arrangeurs die bestaande methodes weten te verrijken met illustraties en oefeningen en steeds vaker wordt daar ICT bij gebruikt. Ook uitgevers zien dat in en bij heel veel methodes wordt in toenemende mate een rijk assortiment van ICT-materiaal aangeboden. Samen met mooie ICT-toepassingen die ook gratis te vinden zijn, bijvoorbeeld in WikiWijs (met name het VO-Content gedeelte), wordt het traditionele boek de kapstok met vele toevoegingen op maat en wordt daardoor nog beter voor de leerlingen, helaas voor ons wordt het er niet goedkoper door.

Bij de invoering van de gratis schoolboeken is het onderwijs als eenheidsworst behandeld en hebben alle scholen hetzelfde bedrag aan additionele middelen gekregen. Wat wij al lang wisten, en wat ook al door Iddink beaamd werd, is dat een havo-vwo-boekenpakket duurder is dan op het vmbo. In het rapport wordt dat nu expliciet beschreven maar de reactie van de minister zegt er niets over. Verschil maken moet, horen we regelmatig uit Den Haag maar dat geldt blijkbaar niet bij dit dossier. Door de tegenvallende resultaten in het rapport van Pisa (zie eerdere blog "Is meten weten?"), is er meer aandacht voor uitblinkers in het onderwijs maar ik denk niet dat de minister zich realiseert dat wij een dief van eigen portemonnee zijn als wij het voor excellente leerlingen mogelijk maken om extra vakken te volgen (en dus meer boeken moeten kopen). Ondanks dat zullen wij deze vorm van talentontwikkeling zeker blijven stimuleren!

Een andere doelstelling van de Gratis Schoolboeken was het creëren van meer marktwerking. Het resultaat valt tegen. Er wordt veel geld en tijd besteed aan Europese aanbestedingen en er zijn de facto nog maar 2 schoolboekenleveranciers in Nederland overgebleven: Iddink en Van Dijk en daarmee is de beoogde marktwerking wel heel mager. Het gevolg voor ons is dat wij na de laatste aanbesteding alle boeken de komende periode bij Iddink moeten aanschaffen. Eerlijk is eerlijk: wel met een leuke korting maar we weten dat in een aantal gevallen rechtstreeks betrekken bij de uitgever financieel interessanter is. Als Theresialyceum hebben we 2 jaar geleden de boeken teruggekocht van Iddink en kunnen we nu zelf de afschrijftermijnen bepalen. Voor het logistieke proces en de distributie hebben we samen met 2College een partner gevonden in de Bibliotheek Midden-Brabant. We doen dat als besparing én omdat de openbare bibliotheek een non-profit organisatie is met ideeën die nauw verweven zijn met het onderwijs; zo zien zij leesbevordering van de jeugd als een belangrijke opdracht. Met de nodige creativiteit lukt het ons op deze manier om als havo-vwo-school enigszins uit te komen met het geld voor de gratis schoolboeken. Helaas is aangekondigd dat de bijdrage van de overheid voor de leermiddelen volgend jaar vermindert: een nieuwe uitdaging.

Wat het meeste stoort, is dat in het rapport erg onderbelicht is dat het niet slechts om gratis schoolboeken draait, het gaat om veel meer: namelijk gratis leermiddelen.
De klei en verf voor de beeldende vakken, de chemicaliën bij scheikunde, hout en lijm bij het vak techniek: het valt als verbruiksmaterialen allemaal onder de definitie van gratis leermiddelen en we mogen er aan de ouders geen enkele bijdrage meer voor vragen.
Ik gun iedereen goedkoop onderwijs maar dan tevens goed en verantwoord onderwijs. In de lumpsum, de zak geld die wij als school jaarlijks krijgen, is de bijdrage voor materiële zaken al jaren bevroren. Terwijl ieder weldenkend mens snapt dat die kosten wel stijgen, denk bijvoorbeeld alleen al aan de energierekening. Onze speelmogelijkheden zijn beperkt, wat we te kort komen de bij de materiële middelen kunnen we alleen compenseren bij de personele lasten.

Kortom: Gratis schoolboeken en een lagere vrijwillige ouderbijdrage klinken fantastisch maar het zoals het nu geregeld is, geeft het een oneigenlijke druk op het keuzeproces en de kwaliteit van boeken en andere leermiddelen en heeft het een negatieve invloed op het personeelsbeleid. Het is dan ook niet zo vreemd dat de huiswerkbegeleidingsinstituten als paddenstoelen uit de grond schieten, een taak die wij als scholen graag op ons zouden willen nemen maar waar de middelen echt voor ontbreken. Gratis schoolboeken bevordert de emancipatie in de maatschappij en geeft iedereen gelijke kansen: een prima doelstelling (zou dat dan ook niet voor mbo en hoger onderwijs moeten gelden?). Het effect, met minder geld voor het primaire proces en een stijgende uitvlucht naar private studie- en huiswerkbegeleiding, staat haaks op deze doelstelling en werkt een tweedeling eerder in de hand.

Bericht aan alle reizigers. Wees gerust: De trein blijft echt wel rijden. We kopen voortaan alleen de allergoedkoopste remblokken in en verwijderen alle wc’s, dat laatste is geen probleem want de gratis koffie is toch niet te drinken.

Tomas Oudejans,
rector

NB: zie ook de reactie van de VO-Raad met een soortgelijke strekking.

maandag 3 oktober 2011

Condoleanceregister Robin Verheijden



Het Theresialyceum is aangeslagen door het overlijden op 3 oktober van onze leerlinge Robin Verheijden. Wij nodigen iedereen uit om zijn of haar gevoelens te delen in dit condoleanceregister.

Bij voorkeur uw eigen naam naam onder het tekstbericht zelf zetten, en dan de optie 'anoniem' kiezen om te publiceren.

maandag 11 juli 2011

Aan het eind van een schooljaar

In deze laatste blog uiteraard even een terugblik op het schooljaar 2010-2011. Voor het Theresialyceum is dit een goed verlopen jaar geweest met prachtige aanmeldingen (en dat is mede dankzij de mond-tot-mond reclame van ouders en leerlingen als onze belangrijkste ambassadeurs) en mooie examenresultaten (havo 86% en vwo 93% geslaagden). Een prachtig verhaal was voor ons het interview in het Brabants Dagblad met Ronen Kroeze die als 15 jarige met 4 tienen geslaagd is voor het VWO en die zelf vertelde dat hij de vierde 10 gehaald had voor Chris Weenen, zijn scheikundedocent die met pensioen gaat.

Maar een school is meer dan aantallen of cijfers: de sfeer en het onderlinge respect is een basisvoorwaarde voor succes. Het deed daarom deugd om een paar maanden geleden in het Brabants Dagblad een interview met één van de schoonmaaksters van de Diamantgroep te lezen waarin ze vertelde dat ze het hier zo goed naar haar zin heeft omdat alle leerlingen en leraren regelmatig een praatje met haar maken. Een klein verhaal maar wel veelzeggend. Een ander voorbeeld van de goede sfeer is te zien in de impressie van het laatste onderbouwfeest.

Er zijn dit jaar de nodige aanpassingen geweest: heel de school is fris geschilderd, er is een lift neergezet en we hebben een state of the art talencentrum gecreëerd. Onderwijskundig is het versterkte moderne vreemde talen onderwijs doorontwikkeld; we hadden al een traject voor Europese certificaten voor Frans en Duits maar nu ook voor Engels met het Cambridge certificaat. Komend jaar start dat voor alle leerlingen in klas 1. Bovendien gaat een groep leerlingen uit 5 vwo proberen versneld het certificaat te behalen. Samen met de modules Spaans en de examenvakken Grieks, Latijn en Chinees een rijk talenpalet.
Onze aandacht voor waarden en normen en cultuur is o.a. zichtbaar geworden in een indrukwekkende Anne Frank tentoonstelling die een maand in de hal heeft gestaan en waar de leerlingen met speciaal door ons ontwikkeld lesmateriaal aan gewerkt hebben. De overige perioden hebben er talrijke exposities in de hal gestaan en we hebben zelfs een expositie in de bibliotheek op het Koningsplein mogen verzorgen.

Er is dus veel gebeurd en met mooie resultaten. Natuurlijk gaat dat niet bij alle leerlingen vanzelf en hebben de mentoren en ons zorgteam samen met de ouders regelmatig alle zeilen bij moeten zetten om de leerlingen die het even moeilijk hadden een steuntje in de rug te geven. En hoewel het altijd beter kan, kunnen we al met al tevreden terugkijken.

Ik wil ook even vooruit kijken, want volgend schooljaar wordt een speciaal jaar voor ons. De school bestaat dan 85 jaar en we gaan dit 17e lustrum uiteraard flinke aandacht geven. In de eerste week van oktober vinden er allerlei activiteiten en festiviteiten plaats met als afsluiting op 8 oktober een reünie.
In de zomervakantie zullen er weer de nodige verbouwingen plaatsvinden, zo worden de studieruimte en de mediatheek samengetrokken tot één open leercentrum.
Na de herfstvakantie verwachten we nog 2 grote wijzigingen:
1. De groenstrook naast de school (2000 m2) wordt i.s.m. de gemeente Tilburg getransformeerd een biodiversiteitstuin met een nat, droog en fruitgedeelte.Het ontwerp is tot stand gekomen in nauw overleg met onze sectie Biologie en heeft een hoog educatief karakter.
2. In de benedenfoyer wordt dan een catering geopend. Het assortiment zal in grote mate gezond zijn. De leerlingenraad vraagt al jaren om een catering en we denken een zeer verantwoorde oplossing te hebben gevonden.

Een school draait uiteindelijk maar om één ding: de leerlingen. Eén van de mooiere momenten van afgelopen schooljaar was het idee van Noah, een leerling uit de eerste klas die een gesprek met mij wilde.
Hij had namelijk gedroomd dat hij samen met een groepje hoogbegaafde leerlingen naar de deeltjesversneller bij Cern (Geneve) zou gaan. Ik heb hem voorgesteld dat hij zijn plan zou uitwerken, waarbij ik als enige garantie gaf zijn plannen serieus te zullen nemen. Dat heb ik geweten: binnen één week lag er een zeer gedegen en tot op detail uitgewerkt reisplan met allerlei vervoersscenario's. En begin september gaat het werkelijk gebeuren: met 11 leerlingen gaan ze naar Cern!

Voor Noah kan de vakantie waarschijnlijk niet snel genoeg voorbij zijn, alle anderen wens ik een lange vakantie toe.

vrijdag 15 april 2011

Waarom heeft men voor onze school gekozen?

Dit jaar hebben we voor het eerst ouders en leerlingen bij de aanmelding een vragenlijst laten invullen. Iedereen werd gevraagd de 3 belangrijkste motieven om voor de school te kiezen aan te kruizen en er was ruimte voor losse opmerkingen. Van de 283 aanmelders heeft maar liefst 98% het formulier ook ingeleverd, dat zegt al iets over de positieve betrokkenheid!
Meer dan 90% was al eerder op school geweest bij open avond of verrijkingsklas en 75% van de inschrijvers is op een meeloopmiddag geweest (maar liefst de helft van alle meelopers heeft zich ook daadwerkelijk aangemeld, dit percentage geldt ook voor de verrijkingsklas).

De antwoorden van ouders en leerlingen lopen behoorlijk uiteen. Bij de ouders heeft men de school vooral gekozen voor de aspecten van ons onderwijs: de driejarige brugklas (48%) , de studie-reputatie (45%) en de onderwijsvisie (39%). Het feit dat we begaafdheidsprofielschool en cultuurprofielschool zijn, is samen goed voor 41%. Slechts 5% van de ouders kiest op basis van publicaties als Trouw en Elsevier; de mond-tot-mond reclame blijkt dus belangrijker voor de reputatie. Nog minder ouders (0,7%) geven aan het geloof als een belangrijke factor te zien.

Voor de leerlingen zijn andere zaken doorslaggevend: 64% geeft aan voor het gebouw en de sfeer te kiezen. De sfeer wordt ook bij de losse opmerkingen nog regelmatig genoemd (leuke, fijne, gezellige school). Maar liefst 36% van de leerlingen kiest ons vanwege de driejarige brugklas en 29% omdat vriendjes en vriendinnetjes ook naar ons komen (en 11% heeft al oudere broers of zussen op school). De reisafstand wordt door 20% van zowel de ouders als de leerlingen genoemd. Bij de ruimte voor losse opmerkingen worden het vreemde talen onderwijs (het talenlab, Cambridge en Chinees), de projecten en de differentiatiemogelijkheden meermalen genoemd.


Het verheugt dat de meest genoemde motieven naadloos aansluiten bij de missie van de school: Studiegericht (de studie-reputatie, de onderwijsvisie en de driejarige brugklas), Respectvol (geen sfeer zonder respect) en Evenwichtig (talentontwikkeling als begaafdheidsprofielschool en cultuurprofielschool). De reisafstand kunnen we niet beïnvloeden, de andere factoren gelukkig wel en we zullen er alles aan doen om ook voor deze nieuwe lichting inschrijvers zowel de sfeer als de prestaties en de persoonlijke ontwikkeling in een goede balans te houden .

donderdag 10 februari 2011

Ophokuren

Gisterenochtend maakte het NOS-journaal al vroeg zijn opwachting op het Theresialyceum. Getipt door LAKS, omdat onze school op een goede manier met de 1000-urennorm omgaat, stonden Kees van Dam en zijn cameraman klaar voor een interview.
Het item dat gisteren op het achtuurjournaal de benaming 'ophokuren' kreeg, wordt als volgt aangekondigd: "Geen van de scholen die slecht scoorden in het onderzoek, wilde meewerken aan deze reportage, maar hier in Tilburg, op het Theresialyceum, als 'goed' beoordeeld, zijn we welkom."
Tijdens het interview, waarin natuurlijk veel meer gevraagd en gezegd werd dan werd uitgezonden, heb ik meteen bezwaar gemaakt tegen de benaming 'ophokuren', wat een erg negatieve connotatie heeft en refereert aan vee dat zonder zeggenschap binnen gehouden wordt. Ik zal de laatste zijn die onze leerlingen wil vergelijken met willoos vee. Gelukkig hebben ze zelf in het journaalitem deze vergelijking al onmogelijk gemaakt door op kritische wijze verbeterpunten aan te reiken. We gaan ermee aan de slag Joris en Julia!

Het item was kort maar krachtig en bewijst nauwelijks dat Theresialyceum zo veel beter omgaat met de 1000-urennorm.
Hoe komt het dat wij als 'goed' beoordeeld zijn? Waarin is in het interview geknipt?

Een aantal jaren geleden hebben we ervoor gekozen de beschikbare kwaliteitsgelden voor een deel in te zetten voor modules die leerlingen de mogelijkheid geven om te verbreden, te versterken en te verdiepen. Inmiddels bestaat er een gevarieerd en rijk programma voor de bovenbouw, dat leerlingen o.a. de mogelijkheid biedt om hun stamboom uit te zoeken, juridische dilemma's voorgelegd te krijgen of oude munten via scheikundige processen schoon te maken. Daarnaast is het mogelijk om via modules extra ondersteuning te krijgen voor een aantal kernvakken.
En ja, als dan nog leerlingen niet aan hun 1000-urennorm komen, dan moeten ze noodgedwongen studie-uren maken. En deze uren worden goed benut.
Helaas komen door de bezuinigingen op o.a. de kwaliteitsgelden de modules onder druk te staan.
Steven de Jong (voorzitter van LAKS) plaatste na de journaaluitzending de volgende tweet: "Ik vind dat iedere scholier 1.000 uur per jaar lés moet krijgen. Theresia Lyceum pakt het desondanks nog netjes aan." En daar zijn we trots op.

Voor wie het journaal nog een keer wil zien:

zaterdag 15 januari 2011

Is meten weten? Trek niet te snel conclusies.

Als rector word ik regelmatig geconfronteerd met vragen van betrokken ouders over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs en uiteraard over de prestaties van onze eigen school. Ik begrijp waar die bezorgdheid vandaan komt, in november betoogde het kamerlid Ton Elias bij Pauw&Witteman dat maar liefst 10% van de leraren slecht presteert en ontslagen moet worden en in december was het weer raak: in alle media werd bericht dat Nederland zorgwekkend gezakt was in het internationale Pisa-onderwijsonderzoek. Voldoende aanleiding dus om enkele zaken op een rijtje te zetten.

In toenemende mate worden er onderzoeken naar resultaten en prestaties van het onderwijs gepubliceerd en op zich is dat toe te juichen. Het onderwijs heeft de laatste decennia een lawine van vernieuwingen over zich heen gekregen en in 2008 heeft de commissie Dijsselbloem zeer terecht geconstateerd dat er rust in de tent moet komen, dat de overheid zich terughoudend moet opstellen en dat eventuele vernieuwingen evidence based en van onderop moeten ontstaan (Rapport “Tijd voor onderwijs”, 2008). Evidence based wil zeggen gebaseerd op vergelijkend onderzoek, ervaringen etc. Goed onderzoeken is één ding, de juiste conclusies trekken is een ander verhaal. Ik citeer Godfried Bomans: ”Een statisticus waadde eens door een rivier die gemiddeld een halve meter diep was. Hij verdronk.”
Ik wil twee voorbeelden geven van recente onderzoeken waarbij ik denk dat enige relativering gepast is. Het eerst voorbeeld gaat over het onderwijs in het algemeen, het tweede over de onderliggende scholen.

Nederland en het Pisa-onderzoek
In december 2010 is het Pisa-onderzoek gepubliceerd. Pisa is het Programme for International Student Assessment, een internationaal onderzoek naar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen waar 65 landen aan deelnemen. Het onderzoek wordt georganiseerd door de OESO en wordt 3-jaarlijks uitgevoerd. Nederland was een paar plaatsen gezakt in de ranking en de minister van Onderwijs vergat de lessen van Dijsselbloem even en kondigde meteen een pakket van maatregelen aan: minder profielen en vooral de focus op de kernvakken (Nederland, Engels, wiskunde en de science vakken). Eind februari moet de Onderwijsraad een advies uitbrengen over de aanpak, een redelijke haastklus. Het is uiteraard goed om te kijken hoe we het onderwijs kunnen verbeteren en de zesjescultuur is ons ook een doorn in het oog, maar een nadere bestudering van het Pisa-rapport nodigt wel uit tot enige nuancering:
  • Nederland is met een 10e plaats inderdaad enkele plaatsen achteruit gegaan in de ranking maar er zijn ook landen bijgekomen t.o.v. de vorige meting. Shanghai-China en Singapore zijn bijvoorbeeld nieuwe landen die boven ons zijn geëindigd. Onze positie t.o.v. de West-Europese landen is onveranderd, we blijven na Finland op de tweede plaats staan.

  • Er zijn veel Aziatische landen in de top 10, de oorzaak kan gevonden worden in zeer prestatiegericht onderwijs met een schrikbarend hoog aantal zelfdodingen onder scholieren (overigens ook in Finland zeker 3 maal zo hoog als in Nederland). In een rapport van Unicef staat Nederland zelfs bovenaan als het gaat om het welbevinden van onze jeugd.
    Een ander factor is het nagenoeg ontbreken van allochtonen in de Aziatische landen. Het zal niemand verwonderen dat allochtonen met name het resultaat in leesvaardigheid omlaag brengen. Door het Cito is dat nader onderzocht en het goede nieuws is dat de tweede generatie allochtonen al beduidend beter scoort (zie rapport Cito, 2010). Dit vraagt om gericht beleid. Overigens scoren niet alleen allochtonen lager; jongens scoren bij leesvaardigheid significant minder dan meisjes.

  • In het Pisa-onderzoek valt op dat Nederland er prima in slaagt om de minder sterke leerlingen op een acceptabel niveau te krijgen, de democratisering van het onderwijs is redelijk geslaagd en de onderkant ligt relatief hoog. Daarentegen ligt de top in Nederland top relatief laag, met meer aandacht –en middelen!- voor hoogbegaafdheid en excellentie in het onderwijs is dat aan te pakken. Als begaafdheidsprofielschool proberen we ons steentje bij te dragen.

  • Ten slotte kan niet onvermeld blijven dat Nederland in vergelijking met andere landen weinig geld in het onderwijs investeert. Uit OESO-rapporten blijkt overduidelijk dat men in Den Haag voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. . De slogan van het kabinet is "Snoeien om te groeien" terwijl het voor het onderwijs "Zaaien om straks te oogsten" zou moeten zijn.
Na de eerste schrikreacties op het Pisa-rapport verscheen deze week een rapport van Jaap Scheerens, hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Twente, met een tegengeluid. Zijn conclusie in de NWO-reviewstudie "Perspectieven op onderwijskwaliteit" is namelijk wel even anders: het Nederlandse onderwijs behoort tot de wereldtop en de prestaties kunnen nauwelijks beter, zeker als het al genoemde allochtonen-effect meegewogen wordt (onze allochtonen scoren trouwens boven het Europese gemiddelde). Uit het onderzoek blijkt overigens ook dat leerlingen in landen waar het selectiemoment uitgesteld wordt beter presteren, onze 3-jarige brugklas past in die gedachte. Tevens pleit hij voor soepelere doorstroommogelijkheden. (Zie Trouw, 14-1-2011)
Twee onderzoeken en verschillende conclusies. Als school zullen wij zoals altijd vanuit eigen kracht en visie, binnen de kaders van de wet, onze eigen koers uitzetten.

De prestaties van de scholen in beeld
Jaarlijks brengen Trouw en Elsevier hun beoordeling van de scholen voor voortgezet onderwijs uit: altijd spannend en tegelijk erg betrekkelijk. In het recente Elsevier-rapport (15-1-2011) scoren wij fantastisch, als enige school uit de ruime regio een beoordeling Goed (+) voor zowel havo als vwo. Om dat resultaat maar meteen zelf te relativeren: in Trouw komen we iets lager uit de bus, daar scoort de havo wel erg goed (8) maar het vwo “slechts” voldoende (6).
Hoe kan dat verschil verklaard worden?
Het belangrijkste verschil zit in de onderzoeksopzet. Elsevier neemt de gemiddelde scores van 3 afgelopen jaren (2006-2009) en baseert zich op inspectiegegevens zoals onder- en bovenbouwrendement en examenresultaten.
Overigens zijn wij als Theresialyceum bij ieder systeem iets in het nadeel, door onze driejarige brugklas kan de onderwijsinspectie geen betrouwbaar beeld geven van onze onderbouwrendementen.

Trouw beperkt zich tot de resultaten van één schooljaar en gebruikt een complexer waarderingssysteem. Als je één cijfer lager dan een 6 bij de examenresultaten hebt, kun je nooit hoger dan het eindoordeel 6 krijgen. Een 5,5 voor het vak Grieks heeft ons van een hogere waardering afgehouden. Dat is zuur omdat lang niet alle vwo-scholen een vak als Grieks aanbieden maar extra zuur omdat we dat examenjaar slechts een paar leerlingen Grieks hadden. De black out die één van de 2 leerlingen tijdens het landelijke examen kreeg, heeft dus grote gevolgen gekregen. Alhoewel een meerjaren gemiddelde me meer aan spreekt dan een momentopname ben ik nu toch blij dat het Trouw-onderzoek slechts op één examenjaar gebaseerd is, daardoor kan het beeld volgend jaar weer heel anders zijn (zie ook Onderwijsbrabant met kanttekeningen bij dit onderzoek).

De lijstjes van Trouw en Elsevier hebben de goede intenties om de schoolkeuze voor ouders te ondersteunen. Meer informatie maakt het niet per definitie gemakkelijker, ter geruststelling voor de ouders: er zijn volgens Elsevier geen slechte scholen in Noord-Brabant.
Beide onderzoeken leunen volledig op de bevindingen van de onderwijsinspectie. Op de site van de inspectie staan alle cijfers maar ook de bevindingen van schoolbezoeken door de inspectie in hun onderwijsverslag.
Voor ouders die nog meer willen puzzelen en vergelijken is er sinds kort de mogelijkheid om bij Vensters voor Verantwoording inzicht te krijgen in de scholen, alle Tilburgse scholen nemen hier aan deel. Naast de inspectiecijfers staat daar ook informatie over de onderwijstijd, het zorgplan, het ziekteverzuim onder het personeel, ons scholingsbudget, veiligheidsbeleid, tevredenheidsonderzoeken etc. ( Zie Venster Theresialyceum, of overzicht Nederland).
Ik denk echt dat je zo een beter beeld van een school kan krijgen, maar om de echte sfeer en cultuur te proeven blijven meeloopmiddagen en open avonden zeker zo belangrijk.


Dit is geen pleidooi om minder onderzoeken te verrichten. Integendeel: het is goed om de kwaliteit van het onderwijs voortdurend te monitoren, dat houdt ons scherp. Alles is echter relatief (en zelfs dat is relatief). Ik hoop dat uit het bovenstaande wel duidelijk is geworden dat je niet voorzichtig genoeg kan zijn met het trekken van conclusies uit onderzoeken en dat je niet te snel iets voor zoete koek moet aannemen. Ik zie daar ook een belangrijke taak voor ons als school weggelegd: kinderen opleiden tot zelfstandige, kritisch denkende burgers. Helaas is dat een aspect van het onderwijs dat niet meegewogen wordt bij Pisa, Trouw en Elsevier.

woensdag 24 november 2010

Schreeuw om Cultuurkaart

Iedereen heeft kunnen lezen dat er drastisch gesnoeid gaat worden in de Cultuurkaart.

Dat zal voor ons grote consequenties hebben.


Bij velen is bekend dat de Cultuurkaart voor theaterbezoek wordt gebruikt, er zijn echter veel meer activiteiten binnen en buiten de school die met de Cultuurkaart geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden.

Een kleine opsomming:

  • Rondje cultuur in Tilburg (projectdag klas 2) : kennismaking met enkele van de vele Tilburgse culturele instellingen op diverse plaatsen in de binnenstad (o.a. Factorium, Hall of Fame, 013), waar de leerling zich actief bezighoudt met verschillende vormen van cultuur - streetdance, ontwerpen van logo, percussie, drama - o.l.v. professionele kunstenaars.

  • Voor "Global Village" (klas 1) geldt hetzelfde, maar dan "in huis"

  • De "Schrijversdagen" al meer dan 20 x uitgevoerd, inmiddels voor onder- en bovenbouw!

  • Het vakoverstijgende project "Dichter bij de dichter"

  • "Rap4rights" (klas 2), project over Kinderarbeid in samenwerking met Plan Nederland

  • "Projectdag Delft" (Klas 3), met bezoek aan verschillende musea en culturele instellingen

  • "Geweld Nee" (klas 3)

  • Bezoek van CKV voorstellingen (bovenbouw)

  • Eindexamen activiteiten workshops

  • Bezoek aan Natuurmuseum

  • etc. etc.


Onderstaand staat een petitie tot behoud van Cultuurkaart en het het zal duidelijk zijn dat wij als Cultuurprofielschool die actie van harte ondersteunen. Wij hopen op een grote respons. Bedenk wel: kunst en cultuur van nu is het erfgoed van morgen. Dus als deze regering in erfgoed wil investeren, moet ze iets verder kijken dan haar eigen regeerperiode en dus investeren in het toekomstige erfgoed: de kunst en cultuur van nu!!

====================================================

De Regeling Cultuurkaart kan wel weg volgens de nieuwe regering.

Dat betekent dat met ingang van schooljaar 2012-2013 scholen binnen het VO veel minder mogelijkheden hebben om culturele activiteiten binnen en buiten de schoolmuren vorm te geven. Het verplichte vak CKV en de daarbij behorende verplichte activiteiten blijven wel bestaan, maar worden niet meer gefinancierd. Ik hoef u niet uit te leggen dat dat grote gevolgen heeft voor uw positie binnen het voortgezet onderwijs.

Wij hebben de indruk dat de politiek geen goed beeld heeft van de rol die de Regeling Cultuurkaart bij de financiering van cultuuronderwijs speelt. Het is daarom cruciaal dat het verhaal over uw werk gehoord wordt bij de verschillende politieke partijen.

Op 7 december wordt er namens docenten, leerlingen, culturele instellingen en CJP een petitie aangeboden om de Regeling Cultuurkaart te behouden. U kunt de petitie ondersteunen met uw persoonlijke verhaal. Stuur vóór 30 november een mail waarin u in uw eigen woorden uitlegt waarom de Regeling Cultuurkaart moet blijven en waarom u vindt dat cultuuronderwijs helpt om jonge mensen goed voor te bereiden op de toekomst.

Bij voorbaat dank voor uw steun.

Met vriendelijke groet,

Walter Groenen
Directeur CJP


Wilt u de petitie ondersteunen?
1. Stuur een mail naar petitiecultuurkaart@cjp.nl.
2. Leg in deze reply-mail uit waarom de Regeling Cultuurkaart volgens u van waarde is voor cultuuronderwijs. De lengte van de mail bepaalt u zelf.
3. Verstuur deze mail voor 30 november 2010.

maandag 8 november 2010

Theresia in de lift




De toegankelijkheid van de school is aanmerkelijk verhoogd door een lift en ook een leerling met een handicap kan nu op alle verdiepingen komen; uiteraard prettig voor die leerlingen en een verademing voor docenten en roosteraars. De lift is gesitueerd in de binnentuin en past qua vorm en kleur goed bij het bestaande gebouw. Het glas staat goed bij de Wintertuin en het blauw is uiteraard Theresiablauw.






Wiskundedocent Harry de Leuw zit in een lokaal tegenover de lift, dit heeft hem geïnspireerd tot bijgaande poster.



Deze blog zal in een workshop 23-onderwijsdingen door docenten gebruikt worden om op te reageren en om mee te oefenen. En daarmee zitten we allemaal in de lift.

zaterdag 16 oktober 2010

Bulgarije Euroweek 2010

Vorige week heb ik de eer gehad om als schoolleider een groot deel van het Euroweekprogramma in Bulgarije bij te mogen wonen. De Euroweek bestaat al sinds 1992 en is er op gericht om leerlingen van verschillende Europese landen met elkaar en met de cultuur kennis te laten maken. Onze school vertegenwoordigt Nederland vanaf de beginjaren. Vorig jaar was de Euroweek in Slovakije en onze 8 leerlingen die daar aan deel hadden genomen waren zo enthousiast dat ik me voor genomen had om als het enigszins mogelijk was ook eens mee te gaan om de sfeer te proeven. Dit jaar was het gastland Bulgarije en het was een fantastische ervaring:

  • Het is goed om te zien hoe onze leerlingen zich keurig gedragen maar tevens op zeer positieve wijze gangmakers en voortrekkers zijn. Zij hebben zich in het internationale bad gestort en veel mede-Europeanen ontmoet. Er participeerden 19 landen en de leerlingen hebben heel de week programma gehad met ontmoeting, proeflessen (Bulgaars), internationaal buffet (onze inbreng: kaas en stroopwafels), dans en muzikale opvoeringen, gezamenlijk toneelstukken schrijven en spelen, disco etc etc. De leerlingen maken nog een uitgebreid verslag voor het schoolblad de Tresor.


  • Er gaan altijd 2 docenten mee als begeleider en het is een genoegen om met collega's eens zo intensief op pad te zijn, uiteraard praat je dan over school maar er is ook de tijd om elkaar eens echt beter te leren kennen. Een docente van de Bulgaarse gastschool zet zich speciaal in voor weeskinderen. Op een van de laatste dagen, ik was zelf helaas al weer naar huis, hebben onze docenten samen met haar een weeshuis bezocht en dat heeft diepe indruk gemaakt, voor de komende Kerstactie is dit een heel zinnig doel en er is overleg met een paar scholen van andere landen of zij ook willen participeren.


  • Naar een land als Bulgarije ga je niet snel (alhoewel de jeugd tegenwoordig massaal naar Sunny Beach gaat, een soort Lloret de Mar of Chersonissos maar dan aan de Zwarte Zee). Een land dat mede door het recente EU-lidmaatschap versneld het communistische juk aan het afwerpen is. Overigens praatte men genuanceerd over het communisme. Een docente zei: "Vroeger had ik geen vrijheid maar ook geen zorgen, nu heb ik vrijheid om te reizen maar geen geld en veel zorgen". De zorgen slaan o.a. op de stijgende kosten van de gezondheidszorg, een verschijnsel dat wij ook kennen. Er is veel interessante historie waar men terecht trots op is maar ook rijen grauwe Oostblok blokken.

    We waren 1 dag in de hoofdstad Sofia, een echte wereldstad met 1,5 miljoen inwoners, waar een moskee, een synagoge en de orthodoxe kerk broederlijk naast elkaar kunnen staan. Even buiten Sofia is een imposant gebergte met fraaie uitzichten over de
    stad en een apart natuurverschijnsel: de stone river (zie foto met klauterende leerlingen).
    Daarna waren we in het binnenland in Stara Zagora, net iets kleiner dan Tilburg, weer met talloze grijze flats maar ook een rijk Romeins verleden en een gezellige binnenstad.


  • Het mooiste van deze week was voor mij de ontmoeting met een 50-tal docenten en schoolleiders van 19 verschillende Europese landen. De gemeenschappelijke factor is onderwijs en er is veel gepraat over de verschillen en overeenkomsten. Niet alleen qua lessentabel en niveau maar ook de culturele verschillen. Verder is er goed genetwerkt en hebben we volop adressen voor de uitwisseling in het kader van ons project de Europese Onderzoeker waarbij leerlingen op individuele basis een paar weken naar het buitenland gaan om aan hun profielwerkstuk te werken.
    O ja, en het was ook nog gezellig!

Twee persoonlijke conclusies:
  • De ontmoeting moet inderdaad centraal staan bij internationaliseringsactiviteiten!

  • Wat zijn wij toch bevoorrecht! Een Bulgaarse docent verdient €300 per maand en vertelde trots dat zij zich nu iedere dag een ei kunnen permitteren en met een beetje geluk twee keer per week vlees.